E-mail

wachtwoord

laatste wijziging op 23/01/2018

Doelgroep - Ontstaan - Partners - Werking - Contact - Redactionele nota - auteurs

Redactionele nota - auteurs

Hier vind je de afspraken van de ezine redactie met de richtlijnen voor auteurs.

Redactionele nota TJK e-zine 2012


Nota goedgekeurd op de ezineredactie dd 23 november 2011
 

Het TJKezine is een bron van praktische, betrouwbare en relevante informatie inzake rechten van kinderen en jongeren (0-25) voor praktijkwerkers in de jeugdhulp, onderwijs, kinderopvang, justitie, jeugdwerk, gezondheidszorg,… . We filteren en vertalen juridische informatie met concrete voorbeelden uit een zo breed mogelijke begeleidings- en hulpverleningspraktijk.


1. Informatie over de rechten van jongeren tussen 0 en 25 in de praktijk


De afbakening van de leeftijdscategorie 0 tot 25 betekent dat zowel informatie over kinderen als over minderjarige en meerderjarige jongeren aan bod komt. Dit is een bewuste keuze. Hoewel de minderjarigheid specifieke knelpunten oplevert in de rechtspositie van jongeren, toont de praktijk aan dat heel wat juridische problemen zich ook na de meerderjarigheid voordoen of dat overgang van minder- naar meerderjarigheid nieuwe problemen schept. Heel wat praktijkmensen werken zowel met minderjarige als met meerderjarige jongeren.
De thema’s zijn onbegrensd, zolang het over jongerenrechten gaat, bij voorkeur actueel. De klemtoon ligt op situaties waar kinderen en jongeren in hun relatie met scholen, gezin, justitie… mee worden geconfronteerd, inbegrepen de overgang naar de meerderjarigheid.
Het e-zine koppelt de praktijk aan de theorie. Het geeft bij concrete situaties en knelpunten uit de praktijk juridische duiding. De focus ligt op de naleving van kinderrechten in het maatschappelijk leven, in het bijzonder in de hulp- en dienstverlening en meer algemeen, de rechtspositie van het kind of de jongere tot 25 jaar. Hoofddoel is informatie geven over bestaande regels. Lacunes in de wetgeving worden geduid.
Nieuwe wetgeving en rechtspraak die rechtstreeks van belang zijn voor de rechtspositie van jongeren, worden in het e-zine kort toegelicht in een toegankelijke taal, met aanduiding van de vindplaats in de officiële bronnen.
Wetgeving in wording kan als element in een bijdrage aan bod komen.


2. Voor wie met kinderen en jongeren werkt


De doelgroep van het e-zine is breder dan juristen en andere academisch geschoolden. We ondersteunen praktijkwerkers die hulp en diensten verlenen aan kinderen en jongeren, om de rechten van kinderen te bevorderen. Het e-zine biedt een antwoord op hun praktisch-juridische vragen.
Door informatie ter beschikking te stellen, geven we de volwassen intermediairen de mogelijkheid om de rechtspositie van kinderen en jongeren te versterken.
Het TJK e-zine maakt de verbinding tussen recht en praktijk. Juridische informatie vertalen op maat van niet-juristen, in een toegankelijke taal blijft het eerste doel. Weliswaar zullen ook praktijkjuristen (jeugdrechters en advocaten, juristen werkzaam in het welzijnswerk …) relevante informatie vinden.


3. Een samenwerking met een wetenschappelijke redactie en een rechtspraakredactie in het kader van het Tijdschrift voor Jeugd en Kinderrechten

 

Zie homepagina www.jeugdenkinderrechten.be .


Het TJK-project is een samenwerkingsverband tussen vzw Kenniscentrum Kinderrechten, vzw Steunpunt Jeugdhulp en de werkgroep Rechtspraak, samen met uitgeverij Larcier. Er verschijnen 4 papieren nummers en 8 e-zines per jaar.


4. Product: e-zine


We geven 8 x per jaar een elektronische nieuwsbrief (e-zine) uit. Het e-zine kent drie hoofdrubrieken:


4.1. Praktijk: vraag en antwoord


Elk e-zine vangt aan met 2 artikels volgens een vaststaand format.
De artikelen worden opgebouwd aan de hand van een casus, een situatie waar praktijkwerkers in hun dagelijkse werk met jongeren mee kunnen worden geconfronteerd, en die verband houdt met hun rechtspositie. Aan de hand van deze casus zet de auteur de vigerende regelgeving in een zeer toegankelijke taal uiteen, en formuleert een antwoord op het probleem geschetst in de casus. De artikels van het e-zine worden door de uitgever na een termijn van 12 maanden vrijgegeven aan de auteurs voor verdere bekendmaking via eigen digitale kanalen.


4.2. Actueel: regelgeving en rechtspraak


Het e-zine somt in maximaal 5 items relevante nieuwe regelgeving en rechtspraak met vindplaats op, indien deze rechtstreeks impact heeft op de rechtspositie van jongeren. De wetten en vonnisen worden kort toegelicht in een niet-juridische taal, met zo veel mogelijk gebruik van voorbeelden.


4.3. Lectuur: boeken, onderzoek en rechtsleer


Een kort overzicht van rechtsleer of andere relevante artikels in andere tijdschriften, e-zines of websites. Signaleren van nieuwe publicaties.


5. Leidraad voor het schrijven van een artikel en de weergave van wetgeving, rechtspraak en lectuur.


5.1 Rubriek praktijk: vraag en antwoord


Uitgangspunt is een praktijkvoorbeeld (of meerdere korte situatieschetsen), waarbij een vraag wordt gesteld. Aan de hand van het artikel krijgt de lezer een antwoord op zijn vraag.


Bijvoorbeeld: ‘Bert is 21 jaar en heeft zijn diploma van kleuterleider op zak. Toe hij 16 was heeft hij met een aantal vrienden ingebroken in een bakkerij. De jeugdrechter veroordeelde hem tot 150 uren gemeenschapsdienst. Bert solliciteert voor een job, en vraagt zich af of de veroordeling hem nog parten kan spelen.’
De casus blijft eenvoudig en wordt gekozen in functie van het bepaalde onderwerp.


Theoretische toelichting


Het gekozen onderwerp wordt juridisch geduid op concrete en praktische wijze, vanuit het gezichtspunt van het kind of de jongere. Regelgeving en rechtspraak wordt hierbij toegankelijk vertaald en toegelicht. Als er meerdere aspecten, mogelijkheden of hypothesen zijn, beperkt de auteur dat zo mogelijk tot één aspect. Het is beter om verschillende aspecten uit te werken in onderscheiden korte praktijkvoorbeeld-artikels.
Het beginnen van een zin met een wetsartikel, of het verwijzen naar een artikel in een reeks van bijzinnen, vermindert de leesbaarheid. Als vermelding echt noodzakelijk is (omdat de niet-jurist anders niet weet waarover het gaat) gebeurt dit tussen haakjes. Liefst worden wetteksten en vonnissen enkel in de bronnen onderaan het artikel vermeld. Enkel de meest in het oog springende rechtspraak wordt vermeld, het is niet de bedoeling om de niet-jurist met een overzicht van rechtspraak nog meer met de handen in het haar achter te laten.
Voor het structureren van de theoretische toelichting raden we aan om maximum twee ‘sub’niveaus te gebruiken.


Besluit
 

Het artikel besluit met de uitwerking van de casus. Dit besluit geeft een antwoord op de vraag waarmee het artikel startte. Dit antwoord vormt als het ware een logische samenvatting van het voorgaande: na het lezen van het corpus van het artikel zou de lezer in staat moeten zijn om zelf dit antwoord te formuleren. De auteur kan ervoor kiezen om in de theoretische toelichting al te verwijzen naar de praktijksituatie, wanneer dit de leesbaarheid van het artikel verhoogt.


Bijvoorbeeld: ‘Als Bert met minderjarigen wil werken, zal hij een uittreksel uit het strafregister model 2 moeten voorleggen. Hierop zal de veroordeling door de jeugdrechter wegens diefstal en inbraak niet voorkomen. Indien hij als 17 jarige zou zijn veroordeeld voor geslachtsgemeenschap met een 15jarige, zal dit wel op dit uittreksel voorkomen.’


Bronnen en relevante informatie


Op het einde van het artikel worden de bronnen vermeld, volgens de regels van het V- en A-boekje voor juridische bronnen. Wanneer wordt verwezen naar een reeds bestaand artikel op de website www.jeugdenkinderrechten.be, kan dit door de vermelding van de titel van het artikele (met rechtstreekse hyperlink. Verder is het mogelijk om relevante links en downloadbare informatie onderaan te vermelden, bvb brochure in pdf-formaat.
 

Trefwoorden


Het artikel is gelinkt aan relevante trefwoorden. Een overzicht van de trefwoorden vind je op www.jeugdenkinderrechten.be , artikel zoeken, trefwoorden, lijst.
 

Lengte
 

De richtlijn voor de lengte van een artikel is maximaal 3 pagina’s of ongeveer 1500 woorden.
 

Schrijfstijl en schrijftips: schermschrijven
 

Maak gebruik van kopteksten en extra tussenkopjes (kort woordje boven de alinea):dit prikkelt de nieuwsgierigheid.
Gebruik korte alinea’s met voldoende witruimte tussen en zet het belangrijkste eerst.
Gebruik in je tekst interne en externe links.
Maak gebruik van bulletlists (vinkjes, bolletjes, …): maximaals 7, ideaal 3.
Gebruik GEEN BLOKLETTERS. Dit is agressief, kwaad of zelfs blaffend!
Schrijven zoals je praat: kies voor schermwoorden/turbowoorden. Gebruik geen schrijftaalwoorden zoals: reeds (beter: al), steeds (beter: vaak), indien (beter: als), ontvangen (beter: krijgen), wensen (beter: willen), alsook, immers, echter, betreft, enkel, tevens, terzake,…
Spreektaalwoorden verhogen de leesbaarheid, je gebruikt woorden die je ook in een gesprek zou gebruiken. Voer een dialoog met je lezer vanuit de ik-persoon of ‘we’, ‘je’ staat centraal (75%), wij op rantsoen; ‘men’ gebruik je niet = onpersoonlijk.
Hou het positief; geen dubbele ontkenningen, geen ‘moeten’, wel ‘vergeet niet’, geef alternatieven en motieven. Gebruik geen prikkeldraadwoorden: moeten, kosten, dienen, probleem, …
 

Afdrukken
Verstuur deze pagina



Deze website kwam tot stand met de steun van de Vlaamse Gemeenschap - IVA Jongerenwelzijn.
De Vlaamse Gemeenschap is niet verantwoordelijk voor de inhoud ervan.